2018

Financieel

De komende jaren heeft de PM te maken met een dalend leerlingaantal. De hoofdoorzaak van deze tendens is de demografische ontwikkeling op Goeree-Overflakkee en in de omringende gebieden. Dit heeft gevolgen voor het budget van de school. Uit simulaties blijkt dat er voldoende financiële buffer aanwezig is om deze lichte daling op te vangen. Bovendien kan de PM rekenen op een trouwe achterban die voor onze school kiest vanwege onze identiteit en kwaliteit.

Indicator 21 - solvabiliteit ((eigen vermogen + voorzieningen) / totaal vermogen)

De solvabiliteit ((eigen vermogen + voorzieningen) / totaal vermogen) is structureel min.  50% (OCW: min. 30%).

Indicator 22 - liquiditeit (vlottende activa / vlottende schulden)

De liquiditeit (vlottende activia / vlottende schulden) is structureel min. 200% (OCW: max. 150%).

Indicator 23 - weerstandsvermogen (eigen vermogen / baten)

Het weerstandsvermogen (eigen vermogen / baten) is structureel min. 20% (OCW: 10% – 40%).

Indicator 24 - bufferfunctie (afgeleid van kapitalisatiefactor)

De bufferfunctie (afgeleid van kapitalisatiefactor) is structureel min. 10% (OCW: max. 5%).

Indicator 25 - rentabiliteit gewone bedrijfsuitoefening

De rentabiliteit gewone bedrijfsuitvoering structureel is min. 0% (OCW: 0% – 5%).

Gezond vermogensoverschot

Over 2018 is een positief resultaat behaald van € 115.000,–. Bovendien is de verhouding tussen het eigen vermogen van de school en het benodigde vermogen ruim voldoende. De school kiest ervoor om voorzichtig om te gaan met het vermogensoverschot.

Balans

Activa 2017

Activa 2018

Passiva 2017

Passiva 2018

Baten en lasten

Baten 2017

Baten 2018

Lasten 2017

Lasten 2018

20172018
Resultaat€ 232.153€ 115.316

Treasurybeleid

Middelen die tijdelijk overtollig zijn kunnen in een belegging worden uitgezet. De hoofdsom van de belegging wordt door de financiële onderneming te allen tijde gegarandeerd. Er wordt niet belegd in achtergestelde spaarrekeningen, achtergestelde deposito’s, aandelen, obligaties en derivaten. De CSG Prins Maurits geeft geen lening uit aan derden, noch aan personeel, noch aan andere instellingen of organisaties, tenzij deze lening van toepassing is voor de uitvoering van de wettelijke taak en binnen het doel past. Bij het aangaan van leningen gaat de school geen extra risico’s aan die het voortbestaan van de school of het geven van onderwijs kunnen bedreigen. De school leent alleen bij financiële instellingen die voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’.

Ons verhaal

Risico-analyse

De CSG Prins Maurits acht het wenselijk om risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de organisatie te kunnen verkrijgen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. De beschikbare weerstandscapaciteit van de CSG Prins Maurits bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit:
= € 3.708.296 / € 2.659.787 = 1,4

>2.0Uitstekend
1.4 - 2.0Ruim voldoende
1.0 - 1.4Voldoende
0.8 - 1.0Matig
0.6 - 0.8Onvoldoende
<0.6Ruim onvoldoende