2018

Onderwijs

Onze school stelt de leerling centraal. We richten ons op de individuele leerbehoeften van de leerlingen, zodat ze zich optimaal kunnen ontplooien. Dat betekent enerzijds maatwerk leveren, bijvoorbeeld in de vorm van individuele coachgesprekken. En tegelijkertijd activiteiten organiseren die gericht zijn op brede vorming, zoals loopbaanoriëntatie. We leggen een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van onze leerlingen. Daar is een breed, eigentijds onderwijsaanbod voor nodig – gefundeerd op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling.

Basisgegevens

Onze school heeft de afgelopen jaren te maken met een lichte daling van het aantal leerlingen. We verwachten voor de komende 5 jaar een daling van het leerlingenaantal tot 1455 leerlingen per 1 oktober 2023. Deze daling is toe te schrijven aan de verminderde instroom vanuit de toeleverende basisscholen. Ondanks deze daling blijven we alle onderwijstypen aanbieden. Het aantal aanmeldingen voor cursusjaar ‘18/’19 was met 307 leerlingen iets boven verwachting. De oorzaak van het verschil is de grotere doorstroom van mavo-4 naar havo-4, de grotere aanmelding in het praktijkonderwijs en het grotere aantal leerlingen dat in klas 2 en hoger is ingestroomd. Over het algemeen is de verdeling van de leerlingen over de afdelingen stabiel.

Onze doelen
Bekijk onze doelen

Motivatie

Het onderwijs op CSG Prins Maurits legt een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van de leerlingen.

Dat veronderstelt een breed, eigentijds onderwijs- en vormingsaanbod dat gefundeerd is op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling. Zonder doelen ontbreekt immers de richting en kan er geen effectieve feedback plaatsvinden, een belangrijk kenmerk van goed onderwijs.

Doelgericht onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen weten waarom ze iets leren, het stimuleert hun effectieve bijdrage aan het leerproces en maakt hen medeverantwoordelijk.’

 

Gerealiseerd in 2019

  • 3.1 De leerlingen volgen onderwijs volgens een concept dat uitgaat van lesgeven op basis van gestelde doelen, evaluatie van behaalde resultaten en leerlinggerichte feedback.
  • 3.2 De leerlingen volgen een programma voor maatwerk dat mogelijkheden biedt voor afstemming op individuele leerbehoeften en ontplooiing.
  • 3.3 De leerlingen oriënteren zich binnen en buiten de school op hun loopbaanontwikkeling.
  • 3.4 De leerlingen werken met een digitaal portfolio waarin ze hun eigen ontwikkeling verantwoorden.
  • 3.5 De leerlingen volgen in onder- en bovenbouw onderwijs met bovengemiddelde resultaten.

 

 

Indicatoren onderwijs

Het domein Onderwijs wordt beoordeeld op basis van de volgende indicatoren:

Indicator 4Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten.
Indicator 5Elke afdeling heeft een programma voor maatwerk, dat door de deelnemende leerlingen wordt gewaardeerd met een 7 of hoger.
Indicator 6Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen.
Indicator 7De waardering van ouders voor de LOB-begeleiding gedurende de schoolloopbaan is bovengemiddeld.
Indicator 8Elke afdeling heeft volgens de opbrengstenkaart een percentielscore van 75% of hoger.
Indicator 9De onderbouwsnelheid is boven de norm van de Inspectie.
Indicator 10Elke afdeling heeft in 2019 een digitaal portfolio voor de leerlingen.

Indicator 4 - didactisch handelen van docenten

Deze indicator is gerelateerd aan het Toezichtkader van de Inspectie: het didactisch handelen van leraren stelt leerlingen in staat tot leren en ontwikkeling. Het gaat hierbij om een doelgerichte lesopbouw, begrijpelijke uitleg en actieve betrokkenheid van de leerlingen. Het didactische handelen van docenten op de PM is bovengemiddeld.

Bron: Tevredenheidsonderzoek leerlingen CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 5 - waardering programma voor maatwerk

Maatwerk is bedoeld om leerlingen een steuntje in de rug te geven (maatwerk voor begeleiding) of om leerlingen uit te dagen om een extra programma te volgen (maatwerk voor uitdaging). De score voor het maatwerk voor extra uitdaging is hoger dan de norm van 7; de score voor het maatwerk voor begeleiding haalt de 7 niet. De ontwikkeling van maatwerk voor begeleiding wordt gestimuleerd.

 

Bron: Onderzoek maatwerk CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 6 - didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen

Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen. Denk hierbij aan het maken van verschillende opdrachten voor groepen leerlingen in de klas of instructie in niveaugroepen.

 

Bron: leerlingentevredenheid examenklas CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 7 - waardering ouders voor de LOB-begeleiding

De tevredenheid van ouders over de loopbaanbegeleiding (LOB) gedurende hun schoolloopbaan is hoger dan het landelijk gemiddelde.

Bron: Oudertevredenheid examenklas CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 8 - onderwijsresultaten

De bovengemiddelde examencijfers resulteren erin dat de percentielscore per jaar per afdeling veelal 75 of meer is. In 2018 was dit niet het geval bij het Mavo met een percentielscore van 73. In de onderstaande figuur is het driejaarsgemiddelde van de examenresultaten per afdeling (2016-2018) weergegeven.

Bron: DUO, 2018

Indicator 9 - onderbouwsnelheid

Het driejaarsgemiddelde van de onderbouwsnelheid is in 2018 98,79% terwijl de norm 95,49% is. Voor de berekening onderbouwsnelheid wordt van iedere leerling per schooljaar bepaald of de leerling over gaat of blijft zitten in de eerste twee leerjaren.

Bron: Onderwijsresultaten Inspectie, 2018

Indicator 10 - digitaal portfolio

Qompas is ontwikkeld voor LOB, maar biedt tevens veel mogelijkheden voor het mentoraat in het algemeen en voor begeleiding van projecten. Binnen Qompas kunnen diverse stappenplannen worden aangemaakt, waardoor leerlingen gestructureerd kunnen werken. Tevens is er in Qompas de optie van een portfolio als aanvulling op het Plusdocument. Voor het praktijkonderwijs betekent dit dat op basis van het nieuwe leerlingvolgsysteem (Presentis), dat als landelijk instrument ontwikkeld is, alle leerlingresultaten zichtbaar gemaakt worden in een persoonlijk ontwikkelingsplan.

Ons verhaal

Doelgericht onderwijs

Lesdoelen zijn nodig om goed te kunnen differentiëren en om effectief feedback te kunnen verzorgen. Bij elke les is het nodig dat de leerlingen weten wat de inhoudelijke lesdoelen en/of procesdoelen zijn. Alleen als deze bekend zijn, kunnen leerlingen zelf hierop reflecteren (evt. m.b.v. de docent). Hierdoor kan een (individueel) plan van aanpak gemaakt worden. Dit kan ervoor zorgen dat de leerlingen meer eigenaar worden van hun leerproces.

Op de PM maken we gebruikt van RTTI en OMZA. De docent kan via deze middelen gerichte feedback geven aan de leerlingen en leerstrategieën aanreiken. Dit betreft niet alleen het leren, maar ook het gedrag van leerlingen. Naast het geven van feedback is het differentiëren van groot belang voor de motivatie van leerlingen. Als de doelen bekend zijn (deze kunnen voor verschillende leerlingen variëren) kan gedifferentieerd worden op inhoud en werkvormen.

“RTTI geeft leerlingen inzicht in hun eigen leerproces”

Elienne van Alphen, teamleider mavo 1,2

Het RTTI-systeem bij toetsing helpt onze vakgroep economie om leerlingen beter te begeleiden. Bovendien kunnen leerlingen online zelf hun scores inzien. RTTI werkt met vier categorieën: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht. Een leerling ziet op welke categorie hij of zij goed scoort en welke categorie nog aandacht verdient. Deze manier van toetsen leidt tot een fijner leerproces en betere resultaten.

Individuele leerbehoeften

Om het onderwijs af te stemmen op individuele leerbehoeften volgen leerlingen op de PM een maatwerkprogramma. In deze programma’s is bijvoorbeeld extra aandacht voor coaching, rekenen, lezen en Engels. Leerlingen op het havo en vwo halen extra uitdaging uit het volgen van Cambridge-Engels, tutoraat en het doen van projecten. Sinds vorig jaar reiken we een Plusdocument uit aan leerlingen die extra activiteiten hebben afgerond. Onze school stimuleert de verantwoordelijkheid van leerlingen voor hun eigen leerproces. Leerlingen werken met een digitaal portfolio waarin ze hun eigen ontwikkeling verantwoorden.

“Leerlingen van het pro volgen we met extra aandacht voor hun ontwikkelingsperspectief en leerdoelen”

Ton Sies, teamleider pro

Praktijkleren op het vmbo en pro

 

Leerlingen werken op het pro met een ontwikkelingsperspectief. Hierin staan doelen waar een leerling verantwoording op wil nemen. Zo ontstaat een ‘doelenboek’ dat leerlingen helpt om zicht te houden op hun vorderingen. Een belangrijk hulpmiddel om grote doelen te halen, zoals een branchegerichte opleiding. Om de ontwikkeling van de pro-leerlingen te volgen, gebruikt de PM het leerlingvolgsysteem Presentis. De school, de ouders en de leerling verwoorden het uitstroomperspectief in dit programma. Zo brengen we de leerdoelen en ontwikkelingsperspectieven van de leerling letterlijk in beeld.

Onderwijs in realistische context

De brede vorming van leerlingen vinden we erg belangrijk voor hun persoonlijke en maatschappelijke ontplooiing. Daarom hechten we bijvoorbeeld veel waarde aan internationaal leren door alle afdelingen en leerjaren heen. Steeds leggen we de verbinding met de identiteit van de school. Om beter in te kunnen spelen op de internationale samenleving volgen we het concept: Europa als leeromgeving op school (ELOS). Deze leerroute is gebaseerd op drie pijlers: versterkt talenonderwijs, Europese en Internationale Oriëntatie in de les en activiteiten gericht op Europese en Internationale Oriëntatie (projecten, reizen).

Een andere manier van brede vorming is de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) waar leerlingen zich binnen en buiten de school oriënteren op hun loopbaanontwikkeling. Het afgelopen jaar werkten we in alle leerjaren en niveaus met Qompas. Een tool waarin de LOB-leerlijn van iedere leerling wordt uitgezet. Loopbaanoriëntatie gaat over alles wat leerlingen helpt om hen voor te bereiden op keuzes voor hun toekomstige studie of baan. We vinden het belangrijk dat leerlingen reflecteren op hun eigenschappen, vaardigheden en ervaringen. Onze school draagt het leren in een realistische context uit. Waar mogelijk plaatsten we het onderwijs in de echte wereld door middel van stages, excursies en bedrijfsbezoeken. Zo stimuleren we de ontwikkeling van vaardigheden. Juist het contact met mensen uit de praktijk motiveert enorm.

“Een afgewogen studiekeuze maak je niet alleen.”

Emilia Tanis, oud-leerlinge vwo

Loopbaanoriëntatie en studiekeuze

 

Naast alle andere activiteiten in de zesde klas moet er ook een belangrijke keuze gemaakt worden, de studiekeuze. Natuurlijk komt dit niet uit de lucht vallen maar, als ik naar mezelf kijk begon het voornamelijk in dit laatste jaar toch wel een beetje te knagen. Sommigen weten al hun hele leven wat ze willen worden en wat voor stappen ze daarvoor moeten nemen. Bij mij was dat echter niet zo, er waren heel wat opendagen voor nodig en ik heb zelfs op het laatste moment mijn keuze nog gewijzigd. Wat bij mij erg heeft bijgedragen aan mijn studiekeuze was het maken van een profielwerkstuk. Hiervoor heb ik het thema ‘Trial by Media’ gekozen en zodoende kwam ik erachter dat rechtsgeleerdheid me erg aansprak. Na nog wat meeloopdagen te hebben bezocht werd me echter duidelijk dat ik de studie rechten toch wat aan de ‘stoffige’ kant vond, zodoende heb ik gekozen voor de studie Bestuurskunde aan de universiteit van Leiden. Als ik anderen een advies mag geven aangaande het kiezen van een studie zou ik zeggen: ga zo veel mogelijk proefstuderen!

“Vanaf klas 1 begeleiden we leerlingen op het havo bij het vinden van hun eigen loopbaan.”

Bartha Moerkerk, decaan havo

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op het havo

 

Vanaf het moment dat leerlingen hier op school in havo 1 komen, werken ze aan hun loopbaanontwikkeling. Aan de hand van een online programma met opdrachten denken de jongelui na over wie ze zelf zijn, wat ze kunnen en willen, om uiteindelijk keuzes voor hun eigen toekomst te kunnen maken. In klas 3 wordt de profiel- en vakkenkeuze gemaakt. Aansluitend gaan de leerlingen in havo 4 en 5 op zoek naar een vervolgstudie, die bij hen past. Vanuit de PM bieden we tests en diverse activiteiten binnen en buiten de school aan: denk aan banenmarkten, workshops van oud-leerlingen, etc. Tijdens hun havo-periode wordt een loopbaandossier opgebouwd. Dit is een mooi hulpmiddel om met decaan, mentor en docent in gesprek te gaan. Zo helpen we iedere leerling bij zijn of haar toekomstkeuzes.

“Kennismaken met de beroepspraktijk op de mavo”

Heleen Westhoeve, docent natuur- en scheikunde, coach LOB-activiteiten mavo

Praktisch bezig met loopbaanoriëntatie op de mavo

 

Om zorgvuldig een vervolgstudie en beroep te kiezen organiseert de PM allerlei activiteiten op de mavo. Zo is er voor mavo-1 bijvoorbeeld voorlichting over de sector Techniek en Z&W en lopen leerlingen uit mavo-2 een dag mee bij een beroep waar hun interesse ligt. In het derde jaar is er een voorlichtingsdag door mbo-leerlingen en vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven. Ook is er ruimte voor een tweedaagse stage. In het examenjaar is er nogmaals een tweedaagse stage. Juist door op al die manieren aan de slag te gaan met de beroepspraktijk ervaren mavoleerlingen wat er mogelijk is in verschillende sectoren en mede door de stage hopen we te bereiken dat de leerlingen een bewuste keus maken voor hun vervolgopleiding.

Projectonderwijs is eveneens een manier waarmee de PM de ontplooiing van leerlingen stimuleert. Zo startte havo 4 in 2017 bijvoorbeeld met een vorm van projectonderwijs waarbij het hbo en andere externe partijen betrokken zijn. Binnen dit projectonderwijs krijgt de mentor een meer coachende rol. We werken met andere scholen samen voor de ontwikkeling van het projectonderwijs. Landelijk is er een ontwikkeling om te komen tot de Vakhavo. Dit is meer praktijkgericht havo-onderwijs. Met ons projectonderwijs sluiten wij aan bij deze trend.

“In het projectonderwijs gaan leerlingen aan de slag met levensechte opdrachten uit de echte wereld.”

Marco de Jonge, teamleider havo 4-5

Projectonderwijs en vorming

 

”Het projectonderwijs op de Havo van de PM daagt leerlingen uit om aan de slag te gaan in een realistische context. Zo werken kleine groepjes bij het verrijkingsvak in havo 3 aan een opdracht van een ondernemer of organisatie. Naast de interessante uitdagingen komen de leerlingen op deze wijze ook in aanraking met het leven in de ‘echte’ wereld. Op deze wijze ontwikkelen ze vaardigheden die de leerlingen nodig hebben voor het HBO onderwijs en de maatschappij. Binnen de Havo afdeling zijn er in het afgelopen jaar competenties ontwikkeld die samengevoegd zijn in de ‘competentiewaaier’. Dit geeft de leerling en de begeleider houvast om het gesprek te voeren.
Als school zoeken we naar manieren om ook de brede ontwikkeling van de leerlingen de juiste aandacht te geven.”

‘Binnen een realistische onderwijscontext groeien we van taakgericht naar meer doelgericht onderwijs, waardoor we beter tegemoet kunnen komen aan de individuele leerbehoeften van de leerlingen ten gunste van hun optimale ontplooiing.’

Ontwikkelpunten

De ontwikkelpunten zijn:

-de begeleiding van de leerling door de mentor gericht op LOB;
-de toepassing van RTTI als hulpmiddel om de leerlingen meer verantwoordelijkheid te geven in hun eigen leerproces;
-het didactisch handelen van docenten gericht op de verschillen tussen leerlingen;
-de ontwikkeling van passende maatwerkprogramma’s per afdeling.