2018

Onderwijs

Onze school stelt de leerling centraal. We richten ons op de individuele leerbehoeften van de leerlingen, zodat ze zich optimaal kunnen ontplooien. Dat betekent enerzijds maatwerk leveren, bijvoorbeeld in de vorm van individuele coachgesprekken. En tegelijkertijd activiteiten organiseren die gericht zijn op brede vorming, zoals loopbaanoriëntatie. We leggen een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van onze leerlingen. Daar is een breed, eigentijds onderwijsaanbod voor nodig – gefundeerd op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling.

Basisgegevens

Onze school heeft de afgelopen jaren te maken met een lichte daling van het aantal leerlingen. We verwachten voor de komende 5 jaar een daling van het leerlingenaantal tot 1455 leerlingen per 1 oktober 2022. Deze daling is toe te schrijven aan de verminderde instroom vanuit de toeleverende basisscholen. Ondanks deze daling blijven we alle onderwijstypen aanbieden. Het aantal aanmeldingen voor cursusjaar ‘18/’19 was met 307 leerlingen iets boven verwachting. De oorzaak van het verschil is de grotere doorstroom van mavo-4 naar havo-4, de grotere aanmelding in het praktijkonderwijs en het grotere aantal leerlingen dat in klas 2 en hoger is ingestroomd. Over het algemeen is de verdeling van de leerlingen over de afdelingen stabiel.

Onze doelen
Bekijk onze doelen

Motivatie

Het onderwijs op CSG Prins Maurits legt een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van de leerlingen.

Dat veronderstelt een breed, eigentijds onderwijs- en vormingsaanbod dat gefundeerd is op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling. Zonder doelen ontbreekt immers de richting en kan er geen effectieve feedback plaatsvinden, een belangrijk kenmerk van goed onderwijs.

Doelgericht onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen weten waarom ze iets leren, het stimuleert hun effectieve bijdrage aan het leerproces en maakt hen medeverantwoordelijk.’

 

Gerealiseerd in 2019

  • 3.1 De leerlingen volgen onderwijs volgens een concept dat uitgaat van lesgeven op basis van gestelde doelen, evaluatie van behaalde resultaten en leerlinggerichte feedback.
  • 3.2 De leerlingen volgen een programma voor maatwerk dat mogelijkheden biedt voor afstemming op individuele leerbehoeften en ontplooiing.
  • 3.3 De leerlingen oriënteren zich binnen en buiten de school op hun loopbaanontwikkeling.
  • 3.4 De leerlingen werken met een digitaal portfolio waarin ze hun eigen ontwikkeling verantwoorden.
  • 3.5 De leerlingen volgen in onder- en bovenbouw onderwijs met bovengemiddelde resultaten.

 

 

Indicatoren onderwijs

Het domein Onderwijs wordt beoordeeld op basis van de volgende indicatoren:

Indicator 4Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten.
Indicator 5Elke afdeling heeft een programma voor maatwerk, dat door de deelnemende leerlingen wordt gewaardeerd met een 7 of hoger.
Indicator 6Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen.
Indicator 7De waardering van ouders voor de LOB-begeleiding gedurende de schoolloopbaan is bovengemiddeld.
Indicator 8Elke afdeling heeft volgens de opbrengstenkaart een percentielscore van 75% of hoger.
Indicator 9De onderbouwsnelheid is boven de norm van de Inspectie.
Indicator 10Elke afdeling heeft in 2019 een digitaal portfolio voor de leerlingen.

Indicator 4 - didactisch handelen van docenten

Deze indicator is gerelateerd aan het Toezichtkader van de Inspectie: het didactisch handelen van leraren stelt leerlingen in staat tot leren en ontwikkeling. Het gaat hierbij om een doelgerichte lesopbouw, begrijpelijke uitleg en actieve betrokkenheid van de leerlingen. Het didactische handelen van docenten op de PM is bovengemiddeld.

Bron: Tevredenheidsonderzoek leerlingen CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 5 - waardering programma voor maatwerk

Maatwerk is bedoeld om leerlingen een steuntje in de rug te geven (maatwerk voor begeleiding) of om leerlingen uit te dagen om een extra programma te volgen (maatwerk voor uitdaging). De score voor het maatwerk voor extra uitdaging is hoger dan de norm van 7; de score voor het maatwerk voor begeleiding haalt de 7 niet. De ontwikkeling van maatwerk voor begeleiding wordt gestimuleerd.

 

Bron: Onderzoek maatwerk CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 6 - didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen

Elke afdeling heeft een bovengemiddelde score voor het didactisch handelen van docenten in relatie tot verschillen tussen leerlingen. Denk hierbij aan het maken van verschillende opdrachten voor groepen leerlingen in de klas of instructie in niveaugroepen.

 

Bron: leerlingentevredenheid examenklas CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 7 - waardering ouders voor de LOB-begeleiding

De tevredenheid van ouders over de loopbaanbegeleiding (LOB) gedurende hun schoolloopbaan is hoger dan het landelijk gemiddelde.

Bron: Oudertevredenheid examenklas CSG Prins Maurits, 2018

Indicator 8 - onderwijsresultaten

De bovengemiddelde examencijfers resulteren erin dat de percentielscore per jaar per afdeling veelal 75 of meer is. In 2018 was dit niet het geval bij het Mavo met een percentielscore van 73. In de onderstaande figuur is het driejaarsgemiddelde van de examenresultaten per afdeling (2016-2018) weergegeven.

Bron: DUO, 2018

Indicator 9 - onderbouwsnelheid

Het driejaarsgemiddelde van de onderbouwsnelheid is in 2018 98,79% terwijl de norm 95,49% is. Voor de berekening onderbouwsnelheid wordt van iedere leerling per schooljaar bepaald of de leerling over gaat of blijft zitten in de eerste twee leerjaren.

Bron: Onderwijsresultaten Inspectie, 2018

Indicator 10 - digitaal portfolio

Qompas is ontwikkeld voor LOB, maar biedt tevens veel mogelijkheden voor het mentoraat in het algemeen en voor begeleiding van projecten. Binnen Qompas kunnen diverse stappenplannen worden aangemaakt, waardoor leerlingen gestructureerd kunnen werken. Tevens is er in Qompas de optie van een portfolio als aanvulling op het Plusdocument. Voor het praktijkonderwijs betekent dit dat op basis van het nieuwe leerlingvolgsysteem (Presentis), dat als landelijk instrument ontwikkeld is, alle leerlingresultaten zichtbaar gemaakt worden in een persoonlijk ontwikkelingsplan.

Ons verhaal

Doelgericht onderwijs

Doelen zijn nodig om richting te geven en om effectieve feedback te geven: kenmerken van goed onderwijs. Doelgericht onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen weten waarom ze iets leren, het stimuleert hun effectieve bijdrage aan het leerproces en maakt hen medeverantwoordelijk. Een goed voorbeeld van doelgericht onderwijs is de inzet van RTTI. Een manier om de kwaliteit van de toetsen te verbeteren. De methode vormt tegelijk een handvat om leerlingen te bespreken. Sinds schooljaar ‘17/’18 passen we deze methode toe in klas 1-3. RTTI verbindt individuele leerlinggegevens met de ontwikkeling van leerlingen.

“RTTI geeft leerlingen inzicht in hun eigen leerproces”

Janno Scherpenisse, docent economie

Het RTTI-systeem bij toetsing helpt onze vakgroep economie om leerlingen beter te begeleiden. Bovendien kunnen leerlingen online zelf hun scores inzien. RTTI werkt met vier categorieën: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht. Een leerling ziet op welke categorie hij of zij goed scoort en welke categorie nog aandacht verdient. Deze manier van toetsen leidt tot een fijner leerproces en betere resultaten.

Individuele leerbehoeften

Om het onderwijs af te stemmen op individuele leerbehoeften volgen leerlingen op de PM een maatwerkprogramma. In deze programma’s is bijvoorbeeld extra aandacht voor coaching, rekenen, lezen en Engels. Leerlingen op het havo en vwo halen extra uitdaging uit het volgen van Cambridge-Engels, tutoraat en het doen van projecten. Sinds vorig jaar reiken we een Plusdocument uit aan leerlingen die extra activiteiten hebben afgerond. Onze school stimuleert de verantwoordelijkheid van leerlingen voor hun eigen leerproces. Leerlingen werken met een digitaal portfolio waarin ze hun eigen ontwikkeling verantwoorden.

“Leerlingen van het pro volgen we met extra aandacht voor hun ontwikkelingsperspectief en leerdoelen”

Ton Sies, teamleider pro

Praktijkleren op het vmbo en pro

 

Leerlingen werken op het pro met een ontwikkelingsperspectief. Hierin staan doelen waar een leerling verantwoording op wil nemen. Zo ontstaat een ‘doelenboek’ dat leerlingen helpt om zicht te houden op hun vorderingen. Een belangrijk hulpmiddel om grote doelen te halen, zoals een branchegerichte opleiding. Om de ontwikkeling van de pro-leerlingen te volgen, gebruikt de PM het leerlingvolgsysteem Presentis. De school, de ouders en de leerling verwoorden het uitstroomperspectief in dit programma. Zo brengen we de leerdoelen en ontwikkelingsperspectieven van de leerling letterlijk in beeld.

“Vmbo’ers tonen hun skills en talenten in teamvakwedstrijden”

Janneke Grinwis-Sperling

Skills talents: samenwerken op basis van talenten

 

Leerlingen uit het laatste jaar vmbo tonen hun talenten en vaardigheden in teamvakwedstrijden. De voorronden zijn klassikaal met teams van 3 leerlingen. Elk team voert verschillende opdrachten uit: bijvoorbeeld een planning maken, brandwonden verzorgen of een smoothie maken. Binnen het team verdelen de leerlingen taken waarbij ze rekening houden met elkaars talenten en kwaliteiten. Het beste team van de klas gaat de competitie aan met andere winnaars uit de provincie. Ons team greep op 1/10 punt naast de provinciale finale. Dat is zonder twijfel een eervolle vermelding waard.”

Onderwijs in realistische context

De brede vorming van leerlingen vinden we erg belangrijk voor hun persoonlijke en maatschappelijke ontplooiing. Daarom hechten we bijvoorbeeld veel waarde aan internationaal leren door alle afdelingen en leerjaren heen. Steeds leggen we de verbinding met de identiteit van de school. Om beter in te kunnen spelen op de internationale samenleving volgen we het concept: Europa als leeromgeving op school (ELOS). Deze leerroute is gebaseerd op drie pijlers: versterkt talenonderwijs, Europese en Internationale Oriëntatie in de les en activiteiten gericht op Europese en Internationale Oriëntatie (projecten, reizen).

"Want je leert er veel van, zoals respect en dankbaarheid"

Mayke Wesdorp en Jenia Hogchem, vwo 3

Meedoen aan een internationaal project

 

Toen wij zagen dat onze school een internationaal project aanbood waren wij meteen enthousiast. Dit project heeft er niet alleen voor gezorgd dat wij onze horizon en kennis konden verbreden maar heeft ons ook de kans gegeven om in iemand anders zijn schoenen te stappen. We hebben gezien hoe de mensen in India leven in armoede, maar toch blij en dankbaar zijn met elk dingetje wat ze krijgen. Het was een ervaring om nooit te vergeten en wij denken dat meer mensen de kans moeten krijgen om ook een soort gelijke ervaring op te doen. Want je leert er veel van, zoals respect en dankbaarheid.

Een andere manier van brede vorming is de loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) waar leerlingen zich binnen en buiten de school oriënteren op hun loopbaanontwikkeling. Het afgelopen jaar werkten we in alle leerjaren en niveaus met Qompas. Een tool waarin de LOB-leerlijn van iedere leerling wordt uitgezet. Loopbaanoriëntatie gaat over alles wat leerlingen helpt om hen voor te bereiden op keuzes voor hun toekomstige studie of baan. We vinden het belangrijk dat leerlingen reflecteren op hun eigenschappen, vaardigheden en ervaringen. Onze school draagt het leren in een realistische context uit. Waar mogelijk plaatsten we het onderwijs in de echte wereld door middel van stages, excursies en bedrijfsbezoeken. Zo stimuleren we de ontwikkeling van vaardigheden. Juist het contact met mensen uit de praktijk motiveert enorm.

“Een afgewogen studiekeuze maak je niet alleen.”

Corné Verburg, oud-leerling vwo

Loopbaanoriëntatie en studiekeuze

 

De tijd gaat schrikbarend snel in de zesde klas, zeker als het gaat om studiekeuze. In eerdere jaren vulde ik braaf testjes in en bekeek ik wat studies. Eenmaal in de examenklas moet je echt knopen doorhakken. Dat was een stuk moeilijker dan ik dacht. Ik heb veel over mijn studiekeuze gepraat met klasgenoten, bezocht meeloopdagen en voerde gesprekken met de decaan. Zo werd mijn waslijst met ‘interessante studies’ snel kleiner. Uiteindelijk schreef ik me in voor twee studies om de keuze toch nog even uit te stellen. Na mijn examens koos ik voor Technische Natuurkunde/Wiskunde in Delft. En nu ga ik ontdekken hoe mijn keuze uitpakt.

“Vanaf klas 1 begeleiden we leerlingen op het havo bij het vinden van hun eigen loopbaan.”

Bartha Moerkerk, decaan havo

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op het havo

 

Havo-leerlingen gaan in klas 1 en 2 meteen aan de slag met hun toekomstige loopbaan. Ze denken na over wie ze zijn, wat ze willen en wat ze kunnen. In 2017 gebruikten we hiervoor het online programma Qompas. Aan de hand van een stappenplan in Qompas maken leerlingen in havo 3 hun profiel- en vakkenkeuze. Aansluitend gaan leerlingen in havo 4 en 5 op zoek naar een vervolgstudie. Vanuit de PM bieden we tests aan en een keuze traject, waarbij we op school diverse banenmarkten en voorlichtingen organiseren. In hun schooltijd bouwen ze een loopbaandossier op: een prachtig hulpmiddel voor de decaan, de mentoren en docenten om met een leerling in gesprek te gaan. Zo helpen we elke leerling bij zijn of haar vervolgkeuze.

“Kennismaken met de beroepspraktijk op de mavo”

Heleen Westhoeve, docent natuur- en scheikunde

Praktisch bezig met loopbaanoriëntatie op de mavo

 

Om zorgvuldig een vervolgstudie en beroep te kiezen organiseert de PM allerlei activiteiten op de mavo. Zo is er voor mavo-1 bijvoorbeeld voorlichting over de sector Techniek en lopen leerlingen uit mavo-2 een dag mee bij een beroep waar hun interesse ligt. In het derde jaar zijn er voorlichtingsdagen door mbo-leerlingen en vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven. Ook is er ruimte voor een tweedaagse stage. Juist door op al die manieren aan de slag te gaan met de beroepspraktijk ontdekken mavo-leerlingen wat er mogelijk is in verschillende sectoren.

Projectonderwijs is eveneens een manier waarmee de PM de ontplooiing van leerlingen stimuleert. Zo startte havo 4 in 2017 bijvoorbeeld met een vorm van projectonderwijs waarbij het hbo en andere externe partijen betrokken zijn. Binnen dit projectonderwijs krijgt de mentor een meer coachende rol. We werken met andere scholen samen voor de ontwikkeling van het projectonderwijs. Landelijk is er een ontwikkeling om te komen tot de Vakhavo. Dit is meer praktijkgericht havo-onderwijs. Met ons projectonderwijs sluiten wij aan bij deze trend.

“In het projectonderwijs gaan leerlingen aan de slag met levensechte opdrachten uit de echte wereld.”

Marco de Jonge, teamleider havo 4-5

Projectonderwijs: verrijkingsvak

 

De PM daagt leerlingen uit om aan de slag te gaan in een realistische context. Zo werken kleine groepjes bij het verrijkingsvak in havo 3 aan een opdracht van een ondernemer. De ene keer bestaat zo’n project uit het ontwikkelen van een website, inclusief programmeren, vormgeving en fotografie. Naast de projectdocent coacht een ICT-student het groepje. Ook het Profielwerkstuk staat in het teken van projectonderwijs in de echte wereld. Als school zoeken we met partners naar relevante en uitdagende opdrachten, bijvoorbeeld samen met de gemeente een plan voor het verduurzamen van bedrijventerreinen.”

‘Binnen een realistische onderwijscontext groeien we van taakgericht naar meer doelgericht onderwijs, waardoor we beter tegemoet kunnen komen aan de individuele leerbehoeften van de leerlingen ten gunste van hun optimale ontplooiing.’

Ontwikkelpunten

De ontwikkelpunten zijn:

-de begeleiding van de leerling door de mentor gericht op LOB;
-de toepassing van RTTI als hulpmiddel om de leerlingen meer verantwoordelijkheid te geven in hun eigen leerproces;
-het didactisch handelen van docenten gericht op de verschillen tussen leerlingen;
-de ontwikkeling van passende maatwerkprogramma’s per afdeling.