2018

Personeel

Onderwijs is altijd in beweging. Dat komt omdat de leerling verandert. Daarom vraagt de PM van docenten een lerende houding: reflectie op de eigen ontwikkeling, de formulering van eigen ontwikkelingsdoelen en het uitvoeren van activiteiten voor professionalisering. Binnen een professionele cultuur is er een duidelijke samenhang tussen de ontwikkelingsdoelen van de organisatie en van de medewerkers. Elke medewerker wil verantwoordelijkheid nemen en afleggen vanuit een houding die dienstbaar is aan de identiteit van de school.

Basisgegevens

Personele bezetting

De gemiddelde personele bezetting en verdeling (in fte’s) is in verhouding zoals de onderstaande grafiek laat zien:

Wtf - 2016Wtf - 2017Wtf - 2018
Administratief personeel2,92,32,3
Conciërge3,73,72,7
Directie4,64,63,4
ICT4,53,74,0
Leraar LB31,132,631,7
Leraar LC39,43737,2
Leraar LD32,231,131,4
Lerarenondersteuner1,51,51,5
Onderwijsassistent6,58,39,8
Overig OOP7,16,57,2
Technisch onderwijsassistent2,52,52,7
136133,8133,9

Het totale personeelsbestand is het afgelopen jaar gedaald met 2,3 fte ten opzichte van 2017. De daling is vooral veroorzaakt door natuurlijk verloop. De ontwikkeling van het personeelsbestand spoort met de (huidige en toekomstige) ontwikkeling van het aantal leerlingen. We streven naar een verantwoorde balans tussen leerlingen en personeel met als uitgangspunt het bestaande onderwijsaanbod te kunnen blijven aanbieden. We gaan ervan uit, dat dit kan worden bereikt door een verantwoord en gedragen personeelsbeleid.

Tevredenheid medewerkers

In 2016 is het laatste onderzoek voor medewerkerstevredenheid afgenomen door Effectory. De uitkomsten hiervan zijn zichtbaar in de onderstaande figuur. De tevredenheid is hoog, maar dit betekent niet dat er geen ontwikkelpunten zijn. Uit het onderzoek kwamen bijvoorbeeld de werkdruk, de normjaartaak en bepaalde arbeidsomstandigheden als knelpunt naar voren. Binnen de teams zijn de resultaten besproken en zijn er doelen geformuleerd. Met de medezeggenschapsraad is gesproken over de werkdruk en de normjaartaak. In de onderstaande figuur is te zien dat de tevredenheid van medewerkers op de CSG Prins Maurits bovengemiddeld is.

Bron: Onderzoek medewerkertevredenheid Effectory, 2016

Onze doelen
Bekijk onze doelen

Motivatie

Het beleid voor personeel en scholing veronderstelt een lerende en dienstbare houding bij alle medewerkers. De lerende houding uit zich onder meer in reflectie op de eigen ontwikkeling, de formulering van eigen ontwikkelingsdoelen en het uitvoeren van activiteiten voor professionalisering. Binnen een professionele cultuur is er een duidelijke samenhang tussen de ontwikkelingsdoelen van de organisatie en van de medewerkers. Elke medewerker wil verantwoordelijkheid nemen en afleggen vanuit een houding die dienstbaar is aan de identiteit van de school.

 

De ontwikkeling van de organisatie vraagt in onderwijskundig opzicht om docenten die binnen hun lessen gestelde leerdoelen willen behalen, resultaten evalueren, alle leerlingen activeren en willen laten leren. In facilitair opzicht is de inbreng en onderhoud van specialisme bij ondersteunend personeel van belang.

Gerealiseerd in 2019

4.1 Elke medewerker kan uitleggen wat hij doet en waarom en wat de verwachte effecten zullen zijn.

4.2 Binnen de gesprekscyclus is er een persoonlijk professionaliseringsplan waarin

deskundigheidsbevordering wordt verantwoord.

4.3 Binnen de vaksecties zijn er didactische specialisten die uit onderzoek en ervaring weten wat werkt

en deze kennis delen.

4.4 Vaksecties en teams richten hun deskundigheidsbevordering vooral op doelgericht onderwijs.

4.5 Er zijn informele leergemeenschappen binnen de school, gericht op het delen van kennis en ervaring met betrekking tot identiteit en onderwijs.

Indicatoren

Het domein Personeel wordt beoordeeld op basis van de volgende indicatoren:

Indicator 11Het ziekteverzuimpercentage is structureel max. 2,7%;
Indicator 12In 2018 heeft elke werknemer een persoonlijk professionaliseringsplan.
Indicator 13De specialismen/specialisten in didactiek zijn benoemd in het vakwerkplan.
Indicator 14Van het nascholingsbudget wordt minimaal 60% besteed aan deskundigheidsbevordering gerelateerd aan doelgericht onderwijs.

Indicator 11 - ziekteverzuim

Voor het ziekteverzuim is onze eigen norm 2,7%. het landelijk ziekteverzuim in onze referentiegroep is in 2017 5,48% (Bron: Voion, 2018). Voor 2018 is er nog geen Voion benchmark beschikbaar.

Bron: Perspectief, 2017

Indicator 12 - persoonlijk professionaliseringsplan

In 2018 heeft elke werknemer een persoonlijk professionaliseringsplan. Binnen de IPB-cyclus (looptijd 2 jaar) vindt periodiek overleg plaats over de persoonlijke deskundigheidsbevordering. Die afspraken worden vastgelegd in een gespreksdocument. Er wordt vastgelegd welke activiteiten ondernomen worden, hoe die activiteiten bijdragen aan die worden gefaciliteerd.

Indicator 13 - specialisten in didactiek

De vakgroepen wijzen uit hun midden didactische specialisten op deelgebieden aan. Die specialisten bekwamen zich verder en zorgen dat de kennis gedeeld wordt met de collega’s uit de vakgroep. Dit specialisme moet leiden tot efficiency op nascholingsterrein, leren van en met elkaar, kennisverdieping gebaseerd op wetenschappelijk niveau.

Indicator 14 - deskundigheidsbevordering voor doelgericht onderwijs

Van het nascholingsbudget is in 2018 73% besteed aan deskundigheidsbevordering gerelateerd aan doelgericht onderwijs. Dit is verdeeld over de categorieën didactiek, pedagogiek en vakontwikkeling.

Bron: Personeelsbeleid CSG Prins Maurits, 2018

Ons verhaal

Lerende houding

De ontwikkeling van de organisatie vraagt in onderwijskundig opzicht om docenten die binnen hun lessen gestelde leerdoelen willen behalen, resultaten evalueren, alle leerlingen activeren en willen laten leren. In facilitair opzicht is de inbreng en onderhoud van specialisme bij ondersteunend personeel van belang.

Ontwikkelgroepen

Onze docenten namen ook in 2018 deel aan ontwikkelgroepen over verschillende thema’s. Het afgelopen jaar kwamen de volgende thema’s uitgebreid aan bod: LOB, de nieuwe beroepsgerichte programma’s, de maatwerkprogramma’s, doelgericht onderwijs, professionalisering rondom toetsing, iPad-gebruik in de klas, meer verantwoordelijkheid geven aan leerlingen, het vormgeven van ‘onderwijs in een realistische context’, ‘Onderzoek doen’, differentiëren en vorming.

Cursussen en studiedagen

In 2018 was er een schoolbrede studiedag met als doel bouwstenen aan te leveren voor het nieuwe strategisch beleidsplan 2019-2023. Van buiten de school waren dr. Piet van der Ploeg (Universiteit Groningen) en Paul Kieviet (Xsarus) gastsprekers.

Docenten van het vmbo volgden een cursus ‘Kanjervaardigheden’, die zich richt op het scheppen van een veilig en positief leerklimaat in de groep. Docenten van havo12 volgden de cursus ‘Positieve groepsvorming’ in aansluiting op een eerdere cursus een aantal jaren geleden. Docenten van havo45 hadden twee studiedagen gericht op het nemen van meer verantwoordelijkheid door leerlingen. Een groep van 16 docenten uit havo/vwo volgde een cursus over feedback geven in projectonderwijs. Op de jaarlijkse studiemiddag vwo was er aandacht voor thema’s die raken aan de thematiek van de ontwikkelingsgroepen.

Binnen de VWO-teams was er in 2017 een didactische training gericht op uitdagend lesgeven aan Vwo-leerlingen.

Inmiddels is er over alle afdelingen heen een groep van bijna 50 docenten geschoold in de toetsingssystematiek van RTTI. Dit stelt docenten in staat om de toetsing en de evaluatie beter vorm te geven. Belangrijk hierbij is dat leerlingen leren van de uitkomsten van de toetsen en zich zo beter kunnen voorbereiden op een volgende toets.

Behalve deze gemeenschappelijke trainingen zijn er nog tal van cursussen en studiedagen op individuele basis gevolgd. Elke docent heeft een eigen nascholingsbudget en binnen de normjaartaak zijn er uren voor deskundigheidsbevordering gereserveerd.

Persoonlijk professionaliseringsplan

Elke medewerker heeft ongeveer 2 keer per jaar een gesprek met zijn of haar leidinggevende binnen de IPB-cyclus. Deze cyclus werkt al sinds 2009 naar tevredenheid. Het is hierbij belangrijk dat de medewerker zelf ontwikkeldoelen formuleert en omziet naar mogelijke ondersteuning. De leidinggevenden zijn de teamleiders voor docenten en de directeur Bedrijfsvoering voor het ondersteunend personeel.

‘Elke medewerker is verantwoordelijk voor aantoonbaar onderhoud van vakmanschap wat bijdraagt aan professioneel gedrag.’

Onze ontwikkelpunten

-het streven naar een evenwichtiger verdeling van de werkdruk over het cursusjaar;
-het ontwikkelen van een professioneel statuut voor docenten;
-het ontwikkelen van een eenduidig model voor de inzet van het persoonlijk budget;
-voortgaande scholing binnen de verschillende teams gericht op de teamdoelen zoals die in het schoolplan zijn verwoord.