2019

Onderwijs

Onze school stelt de leerling centraal. We richten ons op de individuele leerbehoeften van de leerlingen, zodat ze zich optimaal kunnen ontplooien. Dat betekent enerzijds maatwerk leveren, bijvoorbeeld in de vorm van individuele coachgesprekken. En tegelijkertijd activiteiten organiseren die gericht zijn op brede vorming, zoals loopbaanoriëntatie. We leggen een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van onze leerlingen. Daar is een breed, eigentijds onderwijsaanbod voor nodig – gefundeerd op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling.

Basisgegevens

Aantal leerlingen 
Onze school heeft in de achterliggende jaren een vrij gelijk blijvend aantal leerlingen gehad. De prognoses van daling van het aantal leerlingen zijn tot nu toe niet uit gekomen. Toch is het de verwachting dat in de komende jaren het aantal leerlingen licht zal dalen tot 1485 leerlingen in 2023. Deze daling is toe te schrijven aan de verminderde instroom vanuit de toeleverende basisscholen. Ondanks deze daling blijven we alle onderwijstypen aanbieden. Het aantal aanmeldingen voor cursusjaar ’19/’20 was met 341 leerlingen boven de verwachtingen. De stijging van het aantal leerlingen wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename in het vmbo-bk en praktijkonderwijs en een doorgaande groei van de leerlingen uit Tholen.

Resultaten | Het driejaarsgemiddelde van de examenresultaten is bovengemiddeld voor alle afdelingen

Bron: DUO, 2019

Onze doelen
Bekijk onze doelen

Motivatie

Het onderwijs op CSG Prins Maurits legt een stevige basis voor het persoonlijk, moreel, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren van de leerlingen. Dat veronderstelt een breed, eigentijds onderwijs- en vormingsaanbod dat gefundeerd is op ambitieuze, maar ook realistische doelen voor elke leerling. Docenten ontwerpen hun lessen binnen een afgesproken concept en besteden aandacht aan leerlingen met verschillende onderwijsbehoeften. Dit bevordert verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bij leerlingen.
Het mentoraat is een belangrijke taak en binnen afdelingen is er eenduidigheid in beleid en uitvoering. Voor een succesvol vervolg na CSG Prins Maurits is nodig dat leerlingen zich weten te verhouden tot de wereld om hen heen. Dit impliceert dat kritisch en genuanceerd gereageerd kan worden op vraagstukken en ze zelfstandig en bewust hun loopbaan vervolgen.

 

Focus

  • De leerling ontwikkelt vaardigheden op het gebied van omgaan met informatie, kritisch denken, meningsvorming en verwoording.
  • Elke afdeling heeft een onderwijsconcept gericht op het nemen van verantwoordelijkheid en het geven van zelfstandigheid.>/li>
  • De leerlingen volgen onderwijs volgens een concept dat uitgaat van lesgeven op basis van gestelde doelen, evaluatie van behaalde resultaten en leerlinggerichte feedback.

 

 

Indicatoren onderwijs

Het domein Onderwijs wordt beoordeeld op basis van de volgende indicatoren:

Indicator 570% van de leerlingen waardeert zijn of haar vaardigheden als ruim voldoende.
Indicator 6In het afdelingsplan en teamplan bevat het onderwijsconcept doelstellingen gericht op verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.
Indicator 7In de IPB-cyclus is doelgericht onderwijs, evaluatie en feedback een gespreksonderwerp.

Indicator 5 - 70% van de leerlingen waardeert zijn of haar vaardigheden als ruim voldoende.

Op dit moment is er nog geen informatie beschikbaar voor deze indicator. In het LOB-instrument Qompas komt waarschijnlijk een mogelijkheid beschikbaar om de vaardigheden van leerlingen te volgen.

Indicator 6 - Het afdelingsplan en teamplan bevat een onderwijsconcept met doelstellingen gericht op verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.

In de onderwijsafdelingen en binnen de teams wordt gewerkt aan het formuleren van een nieuw onderwijsconcept. Deze onderwijsconcepten verschillen per afdeling en zijn gericht op de uitdagingen die er in de verschillende afdelingen zijn. Zo werkt het Vmbo aan een onderwijsconcept waarin de nieuwe ontwikkeling van de Beroepscampus wordt meegenomen. Het onderwijsconcept van het Havo gaat sterk uit van projectonderwijs en betreft ook de ontwikkeling van het Technasium. Uit deze twee voorbeelden blijkt dat er verschillen per onderwijsafdeling zijn. Een onderwijsconcept is van belang omdat het een samenvattend geheel is van het onderwijs wat in die afdeling er toe doet.

Indicator 7 - In de IPB-cyclus is doelgericht onderwijs, evaluatie en feedback een gespreksonderwerp.

Elke docent doorloopt een tweejarige IPB-cyclus. In deze cyclus zijn doelstelingen opgenomen en die doelstellingen betreffen onder meer het doelgericht onderwijs, evaluatie en feedback aan leerlingen. Over de IPB-cyclus voert de docent het gesprek met zijn of haar teamleider en in dit gesprek worden tevens leerlingenevaluaties betrokken.

Ons verhaal

Doelgericht onderwijs

Lesdoelen zijn nodig om goed te kunnen differentiëren en om effectief feedback te kunnen verzorgen. Bij elke les is het nodig dat de leerlingen weten wat de inhoudelijke lesdoelen en/of procesdoelen zijn. Alleen als deze bekend zijn, kunnen leerlingen zelf hierop reflecteren (evt. m.b.v. de docent). Hierdoor kan een (individueel) plan van aanpak gemaakt worden. Dit kan ervoor zorgen dat de leerlingen meer eigenaar worden van hun leerproces.

Op de PM maken we gebruik van RTTI en OMZA. De docent kan via deze middelen gerichte feedback geven aan de leerlingen en leerstrategieën aanreiken. Dit betreft niet alleen het leren, maar ook het gedrag van leerlingen. Naast het geven van feedback is het differentiëren van groot belang voor de motivatie van leerlingen. Als de doelen bekend zijn (deze kunnen voor verschillende leerlingen variëren) kan gedifferentieerd worden op inhoud en werkvormen.

“RTTI geeft leerlingen inzicht in hun eigen leerproces”

Elienne van Alphen, teamleider mavo 1,2

Het RTTI-systeem bij toetsing helpt onze vakgroep economie om leerlingen beter te begeleiden. Bovendien kunnen leerlingen online zelf hun scores inzien. RTTI werkt met vier categorieën: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht. Een leerling ziet op welke categorie hij of zij goed scoort en welke categorie nog aandacht verdient. Deze manier van toetsen leidt tot een fijner leerproces en betere resultaten.

Individuele leerbehoeften

Om het onderwijs af te stemmen op individuele leerbehoeften volgen leerlingen op de PM een maatwerkprogramma. In deze programma’s is bijvoorbeeld extra aandacht voor coaching, rekenen, lezen en Engels. Leerlingen op het havo en vwo halen extra uitdaging uit het volgen van Cambridge-Engels, tutoraat en het doen van projecten. We reiken het Plusdocument uit aan leerlingen die extra activiteiten hebben afgerond. Onze school stimuleert de verantwoordelijkheid van leerlingen voor hun eigen leerproces. Leerlingen werken met een digitaal portfolio waarin ze hun eigen ontwikkeling verantwoorden.

“Leerlingen van het pro volgen we met extra aandacht voor hun ontwikkelingsperspectief en leerdoelen”

Ton Sies, teamleider pro

Praktijkleren op het vmbo en pro

 

Leerlingen werken op het pro met een ontwikkelingsperspectief. Hierin staan doelen waar een leerling verantwoording op wil nemen. Zo ontstaat een ‘doelenboek’ dat leerlingen helpt om zicht te houden op hun vorderingen. Een belangrijk hulpmiddel om grote doelen te halen, zoals een branchegerichte opleiding. Om de ontwikkeling van de pro-leerlingen te volgen, gebruikt de PM het leerlingvolgsysteem Presentis. De school, de ouders en de leerling verwoorden het uitstroomperspectief in dit programma. Zo brengen we de leerdoelen en ontwikkelingsperspectieven van de leerling letterlijk in beeld.

Onderwijs in realistische context

De brede vorming van leerlingen vinden we erg belangrijk voor hun persoonlijke en maatschappelijke ontplooiing. Daarom hechten we bijvoorbeeld veel waarde aan internationaal leren door alle afdelingen en leerjaren heen. Steeds leggen we de verbinding met de identiteit van de school. Om beter in te kunnen spelen op de internationale samenleving volgen we het Global Citizens concept van het Nuffic en zijn betrokken bij verschillende Erasmusprojecten met onze internationale partnerscholen. Het internationaal leren betreft: versterkt talenonderwijs, Europese en internationale oriëntatie in de les en uitwisselingsactiviteiten. In de afgelopen jaren hebben we steeds meer ervaring opgedaan met Internationalisation@Home. Door middel van het gebruik van chat en video is het goed mogelijk om met een school uit bijvoorbeeld India gezamenlijk te werken aan een project.

Een andere manier van brede vorming is de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) waar leerlingen zich binnen en buiten de school oriënteren op hun loopbaanontwikkeling. Het afgelopen jaar werkten we in alle leerjaren en niveaus met Qompas. Een tool waarin de LOB-leerlijn van iedere leerling wordt uitgezet. Loopbaanoriëntatie gaat over alles wat leerlingen helpt om hen voor te bereiden op keuzes voor hun toekomstige studie of baan. We vinden het belangrijk dat leerlingen reflecteren op hun eigenschappen, vaardigheden en ervaringen. Onze school draagt het leren in een realistische context uit. Waar mogelijk plaatsten we het onderwijs in de echte wereld door middel van stages, excursies en bedrijfsbezoeken. Zo stimuleren we de ontwikkeling van vaardigheden. Juist het contact met mensen uit de praktijk motiveert enorm.

“Van zweven naar kiezen.”

Jens Mostert, oud-leerling vwo

Loopbaanoriëntatie en studiekeuze

 

Waar de ene leerling aan het begin van de vierde klas al weet wat hij na het examen gaat doen, blijft de andere zweven tot het allerlaatste moment. Ik dacht zelf dat ik die eerste leerling was. Ik wist het al wel. Toch ben ik op aandringen van onder andere mentor en ouders halverwege de vijfde klas mijzelf breder gaan oriënteren.

In eerste instantie wilde ik werktuigbouwkunde gaan doen in Delft. Na wat onderzoek op open dagen en websites van verschillende universiteiten heb ik verschillende dagen meegelopen bij onder andere nano-biologie, werktuigbouwkunde en lucht- en ruimtevaarttechnologie. In december waren er voor mij nog drie opties over: officier-vlieger, lucht- en ruimtevaarttechnologie of werktuigbouwkunde. Tijdens de toetsen voor lucht- en ruimtevaarttechnologie kwam ik erachter dat dit niet mijn vak was. Toen ik later bij een bepaalde test voor de officiersopleiding afviel werd het duidelijk dat ik komend jaar werktuigbouwkunde in Delft wil gaan studeren. Gewoon mijn oorspronkelijke keuze, maar beter doordacht.

Wat mij erg heeft geholpen om de juiste keuze te maken was meeloopdagen bezoeken. Deze dagen geven een goed beeld van wat de studie inhoudt en je proeft gelijk wat van de sfeer van de universiteit en het studentenleven. Daarnaast hielp het erg goed om er met veel mensen over te praten die iets te maken hebben met het vakgebied.

“Vanaf klas 1 begeleiden we leerlingen op het havo bij het vinden van hun eigen loopbaan.”

Bartha Moerkerk, decaan havo

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op het havo

 

Vanaf het moment dat leerlingen hier op school in havo 1 komen, werken ze aan hun loopbaanontwikkeling. Aan de hand van een online programma met opdrachten denken de jongelui na over wie ze zelf zijn, wat ze kunnen en willen, om uiteindelijk keuzes voor hun eigen toekomst te kunnen maken. In klas 3 wordt de profiel- en vakkenkeuze gemaakt. Aansluitend gaan de leerlingen in havo 4 en 5 op zoek naar een vervolgstudie, die bij hen past. Vanuit de PM bieden we tests en diverse activiteiten binnen en buiten de school aan: denk aan banenmarkten, workshops van oud-leerlingen, etc. Tijdens hun havo-periode wordt een loopbaandossier opgebouwd. Dit is een mooi hulpmiddel om met decaan, mentor en docent in gesprek te gaan. Zo helpen we iedere leerling bij zijn of haar toekomstkeuzes.

“Talenten ontwikkelen”

Petra Kieviet, decaan Vwo

Op het vwo willen we de leerlingen uitdagen en helpen om de aan hen gegeven talenten te ontwikkelen en hen zo voor te bereiden op hun vervolgstudie en latere plek in de maatschappij. Met behulp van het online programma Qompas, het reflecteren op zichzelf en op elkaar, gesprekken met de mentor, decaan en ouders ontdekken de leerlingen wie ze zelf zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Hierbij ligt in de derde klas de nadruk meer op hun profielkeuze en in de bovenbouw meer op hun studiekeuze. Daarnaast vinden we het belangrijk dat leerlingen, naast het bezoeken van open dagen en meeloopdagen op universiteiten en hogescholen, ook in aanraking komen met de ‘praktijk van alledag’. Contacten met bedrijven, zorginstellingen, gemeentes en oud-leerlingen zijn hierbij onmisbaar. Alle bovengenoemde aspecten samen dragen bij aan de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling van onze leerlingen zodat ze goed voorbereid hun weg kunnen vervolgen na de PM !

Het Technasium
In 2019 is er een start gemaakt met het vak O&O (onderzoek en ontwerpen). Dit is het vak dat gekoppeld is aan het technasiumonderwijs, waar de leerlingen op zowel havo als VWO examen in kunnen doen. Het leuke aan het vak O&O is dat er een opdrachtgever naar school komt die de leerlingen levensechte vraagstukken voorlegt. De leerlingen gaan met dit vraagstuk aan de slag. In de onderbouw werken de leerlingen samen met opdrachtgevers uit verschillende sectoren. In de bovenbouw gaan de leerlingen zelf op zoek naar een opdrachtgever en er wordt samengewerkt met HBO’s en universiteiten om het vak af te ronden met de ‘Meesterproef.’ Vanaf de brugklas leren de leerlingen een plan van aanpak maken en een programma van eisen opstellen. De leerlingen gaan vanuit verschillende standpunten het probleem onderzoeken. Na een paar weken hebben ze opnieuw contact met de opdrachtgever zodat ze hun plan nog kunnen bijstellen. Dan gaan ze aan de slag met het ontwerp en hun eindproduct aan de opdrachtgever presenteren. Binnen het techansiumonderwijs staat de persoonlijk ontwikkeling van de leerling hoog in het vaandel. De leerlingen werken aan hun eigen leercompetenties die worden gevolgd met een competentiemeter. Vanuit de competentiemeter worden er persoonlijke leerdoelen gemaakt. De leerlingen krijgen veel coach-gesprekken met de vakdocent waar ze leren om op zichzelf en elkaar te reflecteren. Leerlingen die het technasiumonderwijs volgen kunnen hun eigen talent volledig tot ontplooiing laten komen en ze worden gestimuleerd om nieuwe vaardigheden aan te leren.

‘Binnen een realistische onderwijscontext groeien we van taakgericht naar meer doelgericht onderwijs, waardoor we beter tegemoet kunnen komen aan de individuele leerbehoeften van de leerlingen ten gunste van hun optimale ontplooiing.’

Ontwikkelpunten

De ontwikkelpunten zijn:

-de begeleiding van de leerling door de mentor gericht op LOB;
-de toepassing van RTTI als hulpmiddel om de leerlingen meer verantwoordelijkheid te geven in hun eigen leerproces;
-de ontwikkeling van een afdelingsspecifiek onderwijsconcept gericht op verantwoordelijkheid en zelfstandigheid;
-de ontwikkeling van passende maatwerkprogramma’s per afdeling.