2019

Personeel

Onderwijs is altijd in beweging. Dat komt omdat de leerling verandert. Daarom vraagt de PM van docenten een lerende houding: reflectie op de eigen ontwikkeling, de formulering van eigen ontwikkelingsdoelen en het uitvoeren van activiteiten voor professionalisering. Binnen een professionele cultuur is er een duidelijke samenhang tussen de ontwikkelingsdoelen van de organisatie en van de medewerkers. Elke medewerker wil verantwoordelijkheid nemen en afleggen vanuit een houding die dienstbaar is aan de identiteit van de school.

Basisgegevens

Personele bezetting

De gemiddelde personele bezetting en verdeling (in fte’s) is in verhouding zoals de onderstaande grafiek laat zien:

Wtf - 2017Wtf - 2018Wtf - 2019
Administratief personeel2,32,32,3
Conciërge3,72,72,7
Directie4,63,43,4
ICT3,74,04,1
Leraar LB32,631,734,2
Leraar LC3737,236,7
Leraar LD31,131,429,7
Lerarenondersteuner1,51,51,4
Onderwijsassistent8,39,88,7
Overig OOP6,57,27,2
Technisch onderwijsassistent2,52,72,4
133,8133,9132,8

Het totale personeelsbestand is het afgelopen jaar gedaald met 1,1 fte ten opzichte van 2018. De daling is vooral veroorzaakt door natuurlijk verloop. De ontwikkeling van het personeelsbestand spoort met de (huidige en toekomstige) ontwikkeling van het aantal leerlingen. We streven naar een verantwoorde balans tussen leerlingen en personeel met als uitgangspunt het bestaande onderwijsaanbod te kunnen blijven aanbieden. We gaan ervan uit, dat dit kan worden bereikt door een verantwoord en gedragen personeelsbeleid.

Tevredenheid medewerkers

In 2019 is het laatste onderzoek voor medewerkerstevredenheid afgenomen. De uitkomsten hiervan zijn zichtbaar in de onderstaande figuur. De tevredenheid is hoog, maar dit betekent niet dat er geen ontwikkelpunten zijn. Uit het onderzoek kwam bijvoorbeeld de werkdruk en ontwikkelingsmogelijkheden als knelpunt naar voren. Met de medezeggenschapsraad en binnen de teams wordt verder gesproken over de uitkomsten. In de onderstaande figuur is te zien dat de tevredenheid van medewerkers op de CSG Prins Maurits bovengemiddeld is.

Bron: Onderzoek medewerkertevredenheid, 2019

Onze doelen
Bekijk onze doelen

Motivatie

beleid voor personeel en scholing veronderstelt een lerende en dienstbare houding bij alle medewerkers. Medewerkers werken vanuit liefde voor jongeren en de vakken waarin gedoceerd wordt. Ze nemen verantwoordelijkheid en leggen verantwoording af om de ontwikkeling van de leerlingen en de school te bevorderen.
 
De ontwikkeling van de organisatie vraagt in onderwijskundig opzicht om docenten die ruimte geven aan zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van leerlingen. Deze ruimte is gericht op cognitieve ontwikkeling, bekwaamheden en persoonsvorming van leerlingen. Vanwege de verdere digitalisering in de samenleving zijn medewerkers op de hoogte van technologische ontwikkelingen en weten ze die in te zetten in de lessen en de vorming van de leerlingen.

 
 

focus

De docenten worden geleid door bewogenheid met de leerling en liefde voor het vak. De vaksecties leggen uit op welke wijze het vak / curriculum zich verhoudt tot wat van leerlingen in deze tijd (vervolgonderwijs/werkveld) wordt verwacht. Het personeelsbeleid is maatwerk en erop gericht dat medewerkers verantwoordelijkheid nemen voor hun ontwikkeling binnen de school.

Indicatoren

Het domein Personeel wordt beoordeeld op basis van de volgende indicatoren:

Indicator 8De tevredenheid van leerlingen en ouders op de domeinen didactisch handelen (OP3), didactisch handelen extra (OP3) en pedagogisch klimaat (SK2) is bovengemiddeld.
Indicator 9In het vakwerkplan staat beschreven hoe de inhoud van het curriculum aansluit bij vereiste vaardigheden in het vervolgonderwijs en werkveld.
Indicator 10Het ziekteverzuimpercentage is structureel max. 2,7%; de meldingsfrequentie is structureel max. 1,0.

Indicator 8 - De tevredenheid van leerlingen en ouders op de domeinen didactisch handelen (OP3), didactisch handelen extra (OP3) en pedagogisch klimaat (SK2) is bovengemiddeld.

Domein ‘Didactisch handelen’ (OP3) binnen het tevredenheidsonderzoek leerlingen – algemeen (afwijking van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Didactisch handelen2020*201920182017
CSG Prins Maurits0,460,91 0,720,67
Vmbo (kb12/B/K)0,47/0,12/0,941,101,22 1,07
Mavo0,510,860,95 0,84
Havo0,801,260,780,83
Vwo0,460,770,34 0,39

Bron: Tevredenheidsonderzoek leerlingen – algemeen 2020 (57%), 2019 (38%), 2018 (49%), 2017 (45%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

Domein ‘Didactisch handelen’ (OP3) binnen het tevredenheidsonderzoek ouders – algemeen (afwijking van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Didactisch handelen2020*201920182017
CSG Prins Maurits0,520,610,640,44
Vmbo (kb12/B/K)0,04/0,55/0,62 0,911,010,79
Mavo0,560,790,990,38
Havo0,650,770,730,78
Vwo0,540,680,760,35

Bron: Tevredenheidsonderzoek ouders - algemeen 2020 (39%), 2019 (27%), 2018 (36%), 2017 (36%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

Domein ‘Didactisch handelen extra’ (OP3) binnen het tevredenheidsonderzoek leerlingen – algemeen (afwijking ten opzichte van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Didactisch handelen extra 2020*201920182017
CSG Prins Maurits0,450,850,580,58
Vmbo (kb12/B/K)0,15/0,03/0,54 0,791,160,95
Mavo0,690,940,810,79
Havo0,481,230,630,88
Vwo0,350,610,340,32

Bron: Tevredenheidsonderzoek leerlingen - algemeen 2020 (57%), 2019 (38%), 2018 (49%), 2017 (45%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

Domein ‘Zicht op ontwikkeling’ (OP2) binnen het tevredenheidsonderzoek ouders – algemeen (afwijking ten opzichte van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Zicht op ontwikkeling 2020*2019201820172016
CSG Prins Maurits0,810,780,740,720,69
Vmbo (kb12/B/K)0,39/0,51/0,76 0,801,001,110,73
Mavo0,910,790,980,850,86
Havo0,991,000,690,780,62
Vwo0,920,880,760,640,84

Bron: Tevredenheidsonderzoek ouders – algemeen 2020 (39%), 2019 (27%), 2018 (36%), 2017 (36%), 2016 (38%) en 2014 (43%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

Domein ‘Pedagogisch klimaat’ (SK2) binnen het tevredenheidsonderzoek leerlingen – algemeen (afwijking van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Pedagogisch klimaat2020*
CSG Prins Maurits0,42
Vmbo (kb12/B/K)0,29/0,59/1,22
Mavo0,41
Havo0,70
Vwo0,05

Bron: Tevredenheidsonderzoek leerlingen - algemeen 2020 (57%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

Domein ‘Pedagogisch klimaat’ (SK2) binnen het tevredenheidsonderzoek ouders – algemeen (afwijking van de landelijke benchmark op een 10-punts schaal)

Domein Pedagogisch klimaat2020*
CSG Prins Maurits0,41
Vmbo (kb12/B/K)0,01/0,37/0,57
Mavo0,47
Havo0,47
Vwo0,42

Bron: Tevredenheidsonderzoek ouders - algemeen 2020 (39%). * De benchmark van 2020 is nog in ontwikkeling.

De score is op alle domeinen en in alle opleidingen bovengemiddeld. Aanpassing van beleid op basis van deze gegevens is niet noodzakelijk.

Indicator 9 - In het vakwerkplan staat beschreven hoe de inhoud van het curriculum aansluit bij vereiste vaardigheden in het vervolgonderwijs en werkveld.

Het vakwerkplan wordt in dit cursusjaar aangepast naar een digitale (online) variant waarbij 1 op 1 de relatie met de KPI’s wordt gemaakt.

Indicator 10 - Het ziekteverzuimpercentage is structureel max. 2,7%; de meldingsfrequentie is structureel max. 1,0.

Voor het ziekteverzuim is onze eigen norm 2,7%. In 2019 was het ziekteverzuim op CSG PM door enkele situaties van langdurig ziekteverzuim 4.55%. Het landelijk ziekteverzuim in onze referentiegroep is in 2018 5,8% (Bron: Voion, 2019). Voor 2019 is er nog geen Voion benchmark beschikbaar.

Bron: Perspectief, 2019

Ons verhaal

Lerende houding

De ontwikkeling van de organisatie vraagt in onderwijskundig opzicht om docenten die binnen hun lessen gestelde leerdoelen willen behalen, resultaten evalueren, alle leerlingen activeren en willen laten leren. In facilitair opzicht is de inbreng en onderhoud van specialisme bij ondersteunend personeel van belang.

Ontwikkelgroepen

Onze docenten namen ook in 2019 deel aan ontwikkelgroepen over verschillende thema’s. Het afgelopen jaar kwamen de volgende thema’s uitgebreid aan bod: LOB, de nieuwe beroepsgerichte programma’s, de maatwerkprogramma’s, doelgericht onderwijs, professionalisering rondom toetsing, iPad-gebruik in de klas, meer verantwoordelijkheid geven aan leerlingen, het vormgeven van ‘onderwijs in een realistische context’, ‘Onderzoek doen’, differentiëren en vorming.

Cursussen en studiedagen

In 2019 is er schoolbreed een studiemiddag georganiseerd met als thema “Van werkdruk naar werkplezier”.
 
De nieuwe docenten en de bovenbouwdocenten van het VMBO-team hebben de basiscursus Kanjertraining gevolgd. Deze Kanjertraining richt zich op het bevorderen van onderling vertrouwen in groepen. Vertrouwen is immers de basis voor het creëren van rust in de klas, het stimuleren van sociale veiligheid en een prettig schoolklimaat. Het hele VMBO 1 t/m 4 zijn met elkaar met een oriënterende studiedag en aanvullende bijeenkomsten a.d.h.v. van het strategisch beleidsplan en het teamplan in groepjes bezig geweest om met elkaar toe te werken naar één VMBO 1 t/m 4. De docenten van MAVO-12 hebben een scholing gevolgd over positieve groepsvorming ter verbetering van het sociaal en pedagogisch klimaat in de klas. Docenten van MAVO-34 hebben cursussen gevolgd rondom het thema “Het motiveren van leerlingen in de praktijk”. Motivatie van leerlingen is op school regelmatig een onderwerp van gesprek. Deze cursus heeft de docenten tools in handen gegeven om leerlingen gemotiveerd te krijgen en te houden. De docenten van de HAVO-onderbouw hebben studiebijeenkomsten gehad over motiverende gespreksvoering. Dit was ook bedoeld om de leerlingen gemotiveerd te krijgen en te houden. Binnen het HAVO-bovenbouwteam en de VWO-teams zijn er trainingen geweest over het ontwikkelingsgericht coachen. Hierbij kwam vooral naar voren welke coachende rol je als docent en mentor hebt en hoe je kunt sturen op de autonomie en de eigen verantwoordelijkheid van de leerling. De VWO-teams hebben ook nog een studiedag gehad over het strategisch beleidsplan en in samenwerking met een aantal oud-leerlingen.
 
Naast deze cursussen hebben diverse secties nog een sectiescholing gedaan die meestal gericht was op didactiek of vakontwikkeling. Iedere docent heeft ook een eigen nascholingsbudget en binnen de normjaartaak zijn er uren voor deskundigheidsbevordering gereserveerd.

Persoonlijk professionaliseringsplan

Elke medewerker heeft ongeveer 2 keer per jaar een gesprek met zijn of haar leidinggevende binnen de IPB-cyclus. Deze cyclus werkt al sinds 2009 naar tevredenheid. Het is hierbij belangrijk dat de medewerker zelf ontwikkeldoelen formuleert en omziet naar mogelijke ondersteuning. De leidinggevenden zijn de teamleiders voor docenten en de directeur Bedrijfsvoering voor het ondersteunend personeel.

‘Elke medewerker is verantwoordelijk voor aantoonbaar onderhoud van vakmanschap wat bijdraagt aan professioneel gedrag.’

Onze ontwikkelpunten

-het streven naar een evenwichtiger verdeling van de werkdruk over het cursusjaar;
-het ontwikkelen van een professioneel statuut voor docenten;
-het ontwikkelen van een eenduidig model voor de inzet van het persoonlijk budget;
-voortgaande scholing binnen de verschillende teams gericht op de teamdoelen zoals die in het schoolplan zijn verwoord.